Het thema van het concert is ‘Stemning’ en er zullen veel werken centraal staan waar het gaat over de natuur. Stemning… we hopen dat u meegenomen zult worden door de verschillende stemmingen.
Afgelopen maanden hebben we kunnen merken hoe overweldigend de natuur kan zijn. We hebben de zomer gehad, de natuur ademt weer uit en toont zich in vele vormen en kleuren. Talrijke componisten lieten zich hierdoor inspireren en graag presenteren wij u hieruit een selectie van verschillende werken.

Light of my soul is een compositie van Robert Pearsall. Hij was een edelman, geleerde, dichter, jurist en componist. Daarbovenop ook nog geschiedkundige, musicoloog, expert in de genealogie en heraldiek en een bereisde kosmopolitische kunstliefhebber. Al met al een typisch voorbeeld van een autodidacte alleskunner uit de Engelse renaissance, zou je zeggen. Maar : hij leefde in de 19e eeuw ! Het is aan zijn dochter Philippa, een priester en een paar bevriende musicologen te danken, dat het werk van deze nostalgische excentriekeling niet in totale vergetelheid is geraakt. Zijn indrukwekkende zesstemmige madrigaal Light of my soul is een ode aan de polyfone traditie van de renaissance.

In Autumn van Frank Bridge gaat het natuurlijk over de verschillende facetten van de herfst. Frank Bridge studeerde aan het Royal College of Music in Londen. Hij was een zeer gerespecteerde dirigent, violist en leraar – een van zijn compositie studenten was Benjamin Britten. Vanaf 1903 wijdde hij zich bovendien met een beurs aan het componeren. Autumn komt uit een serie van partsongs. Hij componeerde deze tussen 1903 en 1913 maar alleen de eerste werd tijdens zijn leven gepubliceerd. Bridges vroege werken zijn laatromantisch in stijl en tonen zijn vaardigheid en vakmanschap. Latere stukken zijn harmonisch gezien vooruitstrevender en karakteristieker.

Earth Song van de Amerikaanse componist Frank Ticheli is een passend lied dat gaat over lijden, verscheurd zijn en hoop. Het lied vertolkt de emoties op een indringende en aansprekende wijze en biedt daarmee herkenning en troost. Het is geïnspireerd op de uitzichtloze situatie van de oorspronkelijke bewoners van Noord Amerika. De schrijnende lange dissonanten ‘verbeelden’ de zinderende pijn die zo heftig is dat die de aarde verschroeit. Daarna komt een stuwende melodie op gang die hoop brengt: blijf zingen, leven en vrede zien. Muziek en zang brengen verlichting als een toevluchtsoord voor degenen die in de duisternis gevangen zitten.

Choral Hymns from the Rig Veda  van Gustav Holst. Omdat India tot 1947 onder Britse heerschappij viel, raakten diverse Britse componisten geïnteresseerd in Indiase muziek. Gustav Holst was tot de jaren 1900 hevig in de ban van Wagner, maar toen kwam hij in aanraking kwam met Indiase literatuur en muziek. India heeft een zeer lange en rijke muzikale traditie. De twee belangrijkste muzikale stromingen zijn de Hindoestaanse muziek uit het noorden en de Carnatische muziek uit het zuiden van het subcontinent. In beide stromingen neemt de raga een centrale plaats in: anders dan in westerse muziek, die minutieus wordt opgeschreven, heeft Indiase muziek meer het karakter van een improvisatie. De raga is de reeks afspraken die de musici maken over de toonladder, het ritme en het karakter van de muziek. Bij eerdere werken gebruikt Holst weinig Indiase elementen; qua stijl laat hij zich meer inspireren door Ravel dan door raga’s. Pas in de Choral Hymns from the Rig Veda durft Holst ook gebruik te maken van andere toonladders en ritmes: vijf- en zevenkwartsmaten en overmatige secundes. Het werk bestaat uit vier delen, waarvan u er twee hoort. De teksten zijn afkomstig uit de Rig Veda, canonieke verhalen uit de wereld van goden en mensen van het hindoeïsme. Het zijn lofliederen aan de goden, aanroepingsgezangen en toespelingen op hun mythische daden.

I serhaillets have (in de tuin van de harem) is een compositie van Wilhelm Stenhammar. Hij is buiten Zweden maar weinig bekend en verdient zeker meer aandacht. Hij was een rasmusicus en vakman die niet weg te denken is uit het Zweedse muziekleven. Zijn veelzijdigheid als musicus was indrukwekkend! Zijn idealistische overtuiging dat muziek iets is wat de menselijke geest verfijnder en rijker maakt en een oprecht verlangen om een breed publiek te bereiken, getuigen van een cultureel verantwoordelijkheidsgevoel. Als componist was Stenhammar zijn leven lang op zoek naar de balans tussen het subjectieve, romantische en de klassieke vorm. Een verfijnde, intieme en zelfs ingetogen sfeer tekent vaak zijn (ruim honderd) liederen, niet zelden met een melancholische ondertoon, maar hij kent ook een diep dramatisch inzicht dat tot gepassioneerde uitingen leidt. Het is ontroerend om te lezen in Stenhammar’s brieven en geschriften over zijn verlangen naar puurheid en waarachtigheid, zowel in zijn componeren als in het leven zelf! De tekst is van de Deense dichter en schrijver Jens Peter Jacobsen.

Stemning van de Zweedse componist Wilhelm Peterson-Berger brengt ons bij het thema van ons concert: eveneens een gedicht van Jacobsen prachtig op muziek gezet. Peters-Berger was een romantische componist en een groot fan van Grieg, Wagner en Nietsche. Veelzijdig was hij ook, hij schreef symfonieën, viool- en pianoconcerten, opera’s en veel koorwerken.

We zingen Nächtens en Sehnsucht van Johannes Brahms. Hij behoort tot de meest productieve liedcomponisten van het Duitsland van de negentiende eeuw, naast Schubert, Loewe en Schumann. Zijn vocale overtreft qua omvang zelfs zijn instrumentale oeuvre, zo beseffen we eigenlijk nauwelijks. Zo ongeveer zijn hele carrière schreef Brahms liederen, zo’n tweehonderd in totaal. De liederen van vanavond zijn misschien onbekend voor u maar u zult merken dat Brahms een echte liedcomponist is. Brahms had een interesse in de oude muziek uit barok en renaissance. Als koordirigent voerde Brahms talloze werken van – onder anderen – Praetorius en Händel uit, en het kon dan ook niet anders dat deze oudere schrijfstijl een grote rol ging spelen zodra hij zelf koorwerken begon te componeren. Bovendien maakte Brahms eigenhandig talloze kopieën van oude meesters zoals Durante, Schütz, Gabrieli en Palestrina. Op eerste kerstdag 1855 kreeg hij van Clara Schumann het eerste volume van bachs ‘opera omnia’. Opmerkelijk is dat al deze connectie met de oude muziek niet zorgde voor een zwaar op de hand liggende stijl. Brahms weet bij zijn bewerkingen van volksliederen juist het noten- en klankbeeld open te werken, lichter te maken.

Billy Joël schreef in 1983 and so it goes. Vanavond kunt u het horen in een arrangement van Kirby Shaw, versie voor mannenkoor. Het is een homofone zetting waarbij u de melodie van Joël zult horen bij de eerste tenoren.

Dirait-on is het laatste lied uit de serie Chansons des Roses van Morten Lauridsen. Lauridsen wordt erg geliefd in de koorwereld voor zijn moderne maar toch erg toegankelijke werken met een heel herkenbare harmonische taal. In deze cyclus werd Lauridsen getroffen door de uitbundige lyriek en elegante beeldtaal van Rilke. Deze gedichten omtrent rozen zijn licht, vrolijk en speels en de muzikale zetting van Lauridsen accentueert deze kenmerken nog extra. Bepaalde melodische en harmonische elementen keren meermaals terug doorheen de cyclus. Vanavond hoort u alleen het slotlied, als enige met piano. Het is gecomponeerd als een soort folksong, dat twee melodische ideeën uit voorgaande delen doet samensmelten.

Het slotstuk van de avond is Les Djinns van Gabriel Fauré. Het is een vurig stuk dat gaat over arabische vuurgeesten. Fauré zette deze ballade van Victor Hugo op muziek. Dit gedicht heeft een bijzondere vorm: het begint met regels van maar een paar lettergrepen. Naar het midden toe worden de regels steeds langer, om daarna weer alsmaar korter te worden. Zo ontstaat het beeld van een ijle geest, alsof hij opstijgt uit de wonderlamp van Aladdin. In dat sprookje was de djinn een goede geest, die wensen vervult. Maar in de arabische mythologie kunnen djinns ook kwade geesten zijn, zoals hier. Er is in dit stuk een belangrijke rol weggelegd voor de piano.